Gisteren stelde onze Kamer Coronavragen, onduidelijkheid was troef en de eerste milde noten van kritiek klonken op de aanpak. Vandaag nemen burgemeesters, hoofden van de veiligheidsregio’s, zelf het heft in handen: maximaal met twee naar buiten en alleen wanneer er geen symptomen zijn. Op straat en in de winkels hoor ik ongeloof en onbegrip: waarom al dit gedoe, terwijl er aan de vorige griep meer mensen overleden en obesitas nog veel meer slachtoffers maakt? Ik sluit mijn oren voor de commentaren en ga op zoek naar wat ik nu het hardste nodig heb: humor.

Als liefhebber van de Britse variant geniet ik van berichten uit het land dat vrijheid boven lidmaatschap verkiest. Haar vereenvoudigde berekening van het menselijk IQ: 150 min het aantal ingeslagen toiletrollen. Ha. Hoe simpel kan het leven zijn? Ook ludieke podcasts over niet-essentiële, zinloze beroepen rekken mijn lachspieren flink op. En dan die strip in het Parool: de grenzen dicht, theaters gesloten, Europa verdeeld, cultuur verlamd en etnisch wordt volop geprofileerd… het hele PVV-programma in één klap uitgevoerd!

Al grinnikend passeer ik gereformeerd gesloten kerken, koosjer donkere restaurants en halal verlaten eettentjes. Tegenliggers en meelopers op meters afstand gluren vragend vanachter hun gezichtsbedekkende kleding. Ik volg een kronkel in mijn gedachten. Hoe lang is het geleden dat het dragen van een boerka, de weigering van een imam om haram handen te schudden en het in acht nemen van gepaste afstand tussen echtelieden op straat weggehoond werd als uitingen van achterlijke culturen en religieuze onderdrukking? Het kan verkeren.

Zwalkend over het lege Museumplein roep ik beelden terug van zes jaren geleden. Het grote scherm, Van Persie, de tienduizenden die hier de ruime winst op Spanje vierden. Ik mis de Mexicaanse minderheid die in kleurrijke poncho’s en sombrero’s zich dapper door het Oranjelegioen heen musiceerden. Nu heerst er voor het stille Rijks een monocultuur van mondkapjes en hoest een eenzame muzikant bescheiden Sinatra’s My Way door zijn saxofoon. Vivaldi’s eeuwige Vierjaargetijden zwijgen in de tunnel. Dat gelukkig dan weer wel.

De stad is onverminderd mooi. American, Hirsch en Stadsschouwburg tonen zich in volle glorie, zonder drukte, straatartiesten, tramgerinkel langs het Leidseplein. Agenten, handhavers en crowd beheerders houden vanuit politieauto’s alles in de gaten. Blijft die enkele verdwaalde zwerver buiten anderhalve meter van zijn stadgenoot die aan de andere kant het plein dwars oversteekt? De schoonheid van de gevels en de grachten blijft mijn ogen strelen, maar ik mis de mannen van de markt met hun Amsterdamse humor. Deze ligt nog steeds op straat, alleen geen hond die het nu opraapt.