Het begint zo mooi, mijn droom. Op een Aladdintapijt komt de oplossing naar me toe gevlogen. Evangelische teksten, Indiase verhandelingen en Vedische tradities tonen me verenigd dé remedie voor het wereldwijde angstvirus in het kort: pure liefde. Dankbaar laat ik me vrijwillig vaccineren. Het medicijn van levend water bruist door al mijn vaten, verlicht mijn geest, verwarmt mijn hart. Tastend vind ik mijn geliefde op ruim anderhalve meter naast me. Ik wil dit delen, sta op het punt met haar intiem de immuniteit te bedrijven. Dan trekt er opeens een gure rilling langs mijn rug.

Aan het voeteneinde duikt een duistere figuur op, een donkere bril op zijn neus en kroezig haar. Hoofdschuddend kijkt hij op me neer. ‘Dit is verkeerd’, spreekt hij met Afrikaanse tongval. ‘Ik ben geen arts, maar wel een doktor. Ik sta voor de gezondheid in de wereld. Deze vorm van liefde keur ik af: het valt voor mij niet te beheersen, bestaat in overvloed en is nog gratis ook. Centrale sturing, schaarste en een lucratief verdienmodel ontbreken dus. Ik verbied die pure liefde en dicteer: alleen nog platte seks, driemaal daags, in posities waarvan ik de resultaten wetenschappelijk bewezen acht.

Verslapt tot ver tussen mijn liezen lispel ik: ‘Dat lukt toch niet als jij hier staat te kijken?’ Een tweede man verschijnt en proclameert: ‘Het bedrijf dat ik bezit anticipeerde hier al op. Hoewel het wat gevoelig ligt, is het taboe er bijna af. Dit gaat de wereld redden, dus vanaf vandaag is het verplicht.’ Met de dollartekens in zijn ogen rammelt hij het potje blauwe pillen heen en weer voor mijn gezicht. Dr. WHO knijpt in mijn wangen, breekt mijn bek weerbarstig open, terwijl de farmaceut de Pfizer winstbelust mijn strot in duwt. ‘Slik op uw gezondheid en die van ons allen!’

Opgewonden stamel ik: ‘Gun ons alstublieft wat privacy.’ Een derde completeert opeens de party: een microsoftware miljardair. Door een bril zonder montuur kijkt hij kil naar mijn profiel en sist: ‘Het is vol op deze aarde. Ben jij wel gewillig, nuttig en gezond genoeg? Overtuig me dat jij leven blijven mag. Installeer de apps en toon het aan. Dat geldt ook voor het proefkonijn dat naast je ligt. Mijn almachtig algoritme maakt wel uit of jullie matchen.’ Tevergeefs probeer ik: ‘Maar ik hou zoveel van haar.’ Hij antwoordt technisch: ‘Dat is voor mijn positie, portefeuille en programma totaal niet van belang!’

Zwetend word ik wakker, kijk de liefde recht in haar gezicht. Een hemelsblauwe blik verovert me. Puur en zonder woorden vinden we elkaar. Virussen verdwijnen naar de achtergrond, samen met elk vooroordeel, iedere verplichting en verwachting. Anderhalf uur later happen we naar lucht. Voordat ik iets zinnigs uit kan brengen, draait mijn lief zich van me weg. Ze grijpt haar telefoon, opent de gezondheidsapplicatie en meldt dan stralend zonder angst: ‘volgens deze app hebben we zoëven meer dan zevenduizend stappen naar elkaar gezet, vrijden zeven kilometer ver en bereikten dimensies evenwaardig aan zeker zeven etages hoog. Op de liefde!’